Houten Clara, de novelle kort samengevat

Een Spaanse graaf en zijn Vlaamse vrouw Catalina komen in 1589 uit Spanje naar Antwerpen, en nemen hun intrek in het huis naast het Maagdenhuis.


Zij heeft echter een stil verdriet. Voor haar huwelijk met de graaf was Catalina verloofd met de Antwerpenaar Lanceloot van Bisthoven. Maar haar geliefde kwam om tijdens de Spaanse Furie (de plundering van Antwerpen door muitende Spaanse troepen in 1576), en ze moest haar liefdeskind achterlaten.


Daar had ze achteraf veel wroeging over, en Catalina ging in Antwerpen samen met haar dienstmeisje op zoek naar haar dochter. Na lang zoeken vond ze haar terug in het Maagdenhuis. Het meisje had er de bijnaam Houten Clara, omdat ze altijd stijf rechtop stond. Catalina ging haar dochter vaak opzoeken.


De Spaanse graaf vond al die stiekeme uitstapjes van zijn echtgenote maar raar. Hij beschuldigde Catalina van ontrouw. Het dienstmeisje biechtte alles op. De graaf wilde het dochtertje ook wel eens ontmoeten, en was zo onder de indruk van haar eenvoud en vriendelijkheid, dat hij besloot haar te adopteren. Zo gebeurde. En ze leefden nog lang en gelukkig.


En het houten beeld? Dat zou op verzoek van de andere meisjes in het maagdenhuis gemaakt zijn, als herinnering aan hun lieve vriendinnetje, ‘houten Clara’.